De dansende fonteinen.  

Het principe van het waterorgel (een combinatie van water, lucht en muziek) bestond reeds in de oudheid.

Toch was het wachten op een Berlijns Siemens-ingenieur die na de tweede wereldoorlog een waterorgel ontwierp voor het danspaleis RESI.

Het principe was als volgt :  Op het podium werd een grote waterbak geïnstalleerd met waterbuizen die in verschillende patronen werden voorzien van spuitstukken (zo’n 1.400 in totaal).

        Ieder figuur werd verbonden met het “waterorgel” : een console met zo’n 18 verschillende hendels, waarmee men het water in de gekozen figuur deed op en neer gaan.

      Aanvankelijk werd de muzikale begeleiding verzorgd door een Hammond-orgelspeler, maar dit was nogal omslachtig, en te vochtig voor het orgelmechaniek, dat spoedig werd gekozen voor een professionele bandrecorder. Tijdends de weekends speelden ze met een bigband.

In de stijl van de Britse danszalen met theater-orgel werd hier een danszaal uitgerust met een water-orgel, waarop men uiteraard kon dansen, terwijl een soort klank-en-lichtspel werd vertoond op het dansritme van het orgel.  

Dezelfde ingenieur bedacht nog een nieuwigheid in het RESI-Palast : voor Siemens werkte hij  een interne luchtpost uit, waarbij in een koker documenten  werden gestopt in een luchtbuizensysteem. De afzender koos een locatie uit wat verderop in het gebouw, en de cilindrische koker werd naar de bestemmeling gefloept, die het document in ontvangst nam.

Het leuke en unieke was hier, dat elke genummerde tafel beschikte over een luchtbuis-terminal, waarbij je als klant een geschreven “uitnodiging-ten-dans” kon sturen naar iemand aan een andere tafel. Het innovatieve en het mysterieuze van de toepassing kende veel succes, vooral bij schuchtere jongelui met schrik voor een blauwtje : kreeg hij van de uitgekozen jonge dame geen briefje terug, kon hij zijn geluk aan een andere tafel beproeven, zonder belachelijk te worden gemaakt …

Voor zover we weten werd geen tweede installatie van dit type gebouwd, maar toch kun je nog in grootwarenhuizen de luchtpost aan de kassa’s terugvinden…

Het succes van het Resi-waterorgel kwam ter ore van ene heer Signer (NL) die er zelf eentje wou bouwen.

       Via de toenmalige uitbaters van het Meli sprookjestuin (Naets & Mertens) kreeg A.J.Florizoone de kans om een Nederlandse versie van het waterorgel in huis te halen. Florizoone bestelde er ineens twee : éen voor het sprookjestuin te Adinkerke (in open lucht vöör het kaliefdecor), en éen voor de reis. In tegenstelling met het Resi-waterorgel waren de Signer-attracties verplaatsbaar : alle buisverbindingen werden voorzien van rubberen tussenstukken met klemmen.

   Om drukschokken in de metalen buizen te vermijden, werden de verbindingen tussen de bedieningsconsole en het fonteiframe uitgevoerd met rubberen slangen. Meer dan eens schoot zo’n slang tijdens de voorstelling los, waarbij soms de fonteinbediener, maar ook het publiek een koude waterstraal over zich heen kreeg. Als je dan weet dat ook de onderwater-verlichting (220 V !) werd bediend vanuit de console met eenvoudige schakelaars moest er vooral worden gezorgd dat de zekeringen goed werkten…

   De fontein in het sprookjespark te Adinkerke maakte deel uit van het parcours, het was dus geen aparte (betalende) attractie. Lichteffekten waren er alleen ’s avonds, toen het park vooral open bleef voor de vele Engelse toeristen die met bussen vanaf de ganse Belgische kust kwamen aangetoerd.

       Toch bleef de attractie kwetsbaar bij regen en wind, er waren ook geen zitplaatsen, zodat in 1957 een nieuwe “fonteinhalle” werd gebouwd aan de straatzijde. Dit gebouw heeft dienst gedaan tot de sluiting van het Melipark in 1999.  

 

 

      Nu betaalden de bezoekers een apart toegangskaartje, waarbij een deel van het ticket dienst deed als promotiebon voor aankoop van honingprodukten in de winkel, die in hetzelfde gebouw was ondergebracht. De bezoekers konden toen reeds een combiné-tiket kopen voor het vogelpark, de sprookjestuin en de dansende en muzikale fonteinen.

    Tijdens het eerste jaar speelden twee bedieners : éentje spoot op maat van de muziek, terwijl Roger Snoeck zijn talenten ontplooide op het Hammond-orgel : Roger  was als huismuzikant in het ensemble Frank Greven ook te zien en te horen ’s avonds in de grote zaal.  

 

Het seizoen 1958 werd dan in stilte geopteerd voor de Revox-bandopnemers.

    Op de vele vragen, hoe de attractie nu eigenlijk in elkaar zat, werd steevast geantwoord dat een echt Hammond-orgel impulsen doorgaf naar het lichtorgel, naar de water-figuren, en naar de walsbewegingen.

Het geheim van het succes van de dansende fonteinen lag hem in het bedienen van de grote en kleine walsfiguren : waar alle andere fonteinen op en neer gingen, kreeg de bezoeker hier een gracieuze walsbeweging te zien, die van de fonteinspeler een zekere graad van kunstzinnigheid vereiste.  

Later, geholpen door de technische vooruitgang, werd de koppeling tussen  klank, licht, water en beweging vol-geautomatiseerd. Het resultaat werd het niet beter op. Daarom werd in 1995 geopteerd voor een andere aanpak : de AQUA LASER SHOW, die met het waterorgel als basis een volautomatische klank-licht-watershow ten beste gaf met de toenmalige lasertechniek als ondersteuning. De voorstelling duurde, net zoals in de beginperiode, een kwartiertje.  

Als goodwill besloot de familie Florizoone toen ook de show gratis aan de bezoekers aan te bieden : dit werd voor vele streekbewoners een welkom intermezzo.

Wat gebeurde er met het andere waterorgel ?

Terug naar de jaren vijftig : het duo Naets-Mertens ging voor Meli met de tweede attractie op reis : soms werd in openlucht gespeeld : stadspark Gent, Mondorf-les-Bains (L), Luik en Charleroi. Soms werd binnenshuis gespeeld : vooraleer het Spaanse theater Alhambra te Brussel in 1956 werd afgebroken, speelde het Meli-waterorgel het ganse winterseizoen : het spektakel werd dan opgevrolijkt door een live-waterballet…

 Op de groenplaats te Antwerpen werd een groot prefab-gebouw neergepoot, en het ganse winterseizoen 1954-55 konden de Antwerpenaars genieten van het waterorgel, maar er was ook een Meli-winkel en een idillysch decor met flamingos en pelikanen.

Het jaar nadien werd het ganse gebouw heringericht aan de Meiselaan 246 te Strombeek-Bever : er was toen een kleinere versie van het Melipark te Adinkerke, kompleet met zoo, sprookjestuin, mini-golf, speelterrein, zelfbedieningszaak (toen uniek !), tearoom, honingwinkel etc.

De heer A.J.Florizoone besliste dat Meli ook op de Expo 58 moest staan, en er werd een gebouw opgetrokken van 40 m x 30 m, dat onderdak bood aan : The Dancing Waters”, “The Wonderful Beehive” (voorloper van het Apirama in 1979) een een uitgebreide honingwinkel.  

 

Het succes van de dansende fonteinen was relatief : de attractie was voor de Belgen al niet meer zo nieuw, en er waren tal van sensatie-attrakties in de onmiddellijke omgeving, die de aandacht trokken van de verbaasde bezoekers.

De “Dancing Waters” bleef als attractie dienst doen als in 1960 Meli de concessie kreeg van de uitbating “Meli-Heizel”. In 1986 was de concessietermijn uit en moest de plaats worden geruimd voor het Bruparck.

Heel veel Meli-bezoekers zullen zich nog lang de betovering herinneren die het waterorgel heeft weten op te wekken.  

 

De harmonie tussen klank, licht, water en beweging was een voorbeeld voor vele pretpark-shows die naderhand werden opgestart.  

Op vraag van Dries Vandenbruwaene hebben wij hiermee éen van de kleine geschiedenissen van het Melipark voor het nageslacht bewaard .

Robert Florizoone     Nov. 2006

 

 

Dancing Waters op de Expo 58               Copyrigt : Meli